Op 5 september werd bekendgemaakt wie de de prijswinnaars zijn van de wedstrijd van de Nationale Stadsdichtersdag 2026. Het thema van de wedstrijd was ‘Mijn vlakke land’. Uitgeverij Anderszins faciliteerde de wedstrijd en verzorgde de bijbehorende publicatie: Ik neem de vlakte mee naar huis.
De winnende gedichten zijn van Nelleke den Boer-Strien (Oudewater), Ton van Leijen (Oldebroek) en Marian van Gog (Lelystad).
U vindt hieronder hun gedichten en het juryrapport.

EERSTE PRIJS: Lopikerwaard van Nelleke den Boer-Strien, voormalig stadsdichter van Oudewater

Juryrapport: Dit gedicht sprong er bij de jury unaniem als nummer 1 uit. Het enige gedicht dat van ieder jurylid het maximale aantal punten kreeg. In alle eenvoud het gedicht dat de eerste prijs verdient. Een haast mystieke beleving van land en natuur.
Kort, krachtig, beeldend geschreven. Knap om in slechts acht regels zo’n sterk gedicht neer te zetten, sfeervol en geen woord te veel. Met een tot nadenken stemmende slotzin. 
 

LOPIKERWAARD

De klei wordt heus niet aardser
noch buigt het land dieper
voor wat van boven komt

geen boom die opeens de aandacht wil
om van de hoeve maar niet te spreken

toch is er altijd dat verlangen
om je te vertellen
hoe ik thuiskom in de polder

het onbestemde licht
en dan gewoon een rechte weg

Nelleke den Boer- Strien
oud-stadsdichter Oudewater

TWEEDE PRIJS: Op de vlakte van Ton van Leijen, dorpsdichter Oldebroek

Juryrapport: Dit gedicht past op zeer eigen wijze goed bij het thema en is mooi suggestief. Een zeer filmisch gedicht. De lezer wordt in de eerste zin meteen meegezogen: Geef me één zo’n dag/van vrije uitloop…  Die ‘vrije uitloop’ is treffend voor het landschap van de polder.
De dichter kent het land, maar hij/zij lijkt er niet meer te wonen, getuige de laatste twee regels. Niet dat dat zijn beschrijving minder scherp maakt.
 

OP DE VLAKTE

Geef me één zo’n dag
van vrije uitloop, dorp en straten
achterlatend. Een waterige zon die bleu
opkomt, vlak veld dat uitnodigend wacht,
trillende verten als decor voor scherende
zwaluwen. Ik wentel me in zomerdromen.

Zo’n dag waarop de koperzon hemel
en aarde onbarmhartig in vuur en vlam zet,
zelfs de wind zich erbij neerlegt. Alles zingt,
boort elke oppervlakkigheid de grond in. Klein
zoek ik de schaduw op, zijg en zwijg,
sprakeloos, niet woordeloos.

Zo’n dag waarop de zon als sluitstuk
zwaar, groot, met imponerend afscheid,
zijn greep op het halfrond verliest,
aanstalten maakt te verzinken.
Ik raap mijn gedachten bij elkaar
en neem de vlakte mee naar huis.

Ton van Leijen
dorpsdichter Oldebroek

DERDE PRIJS: Karakter van Marian van Gogh, oud-stadsdichter Lelystad

Uit het rapport van de jury: Een mooi gedicht van een bewoner van, of iemand die terugkeerde in de polder, zeker iemand die het vlakke land in de vingers heeft zitten. De regel ‘verkaveld tot de laatste korrel zand’, zet de situatie in dit vlakke land scherp neer. Een tikje romantisch ook en dat mag. Het lijkt er wel wat op dat het klimaatthema in de vierde strofe er later aan toe is gevoegd, iets dat de eerste drie strofes niet nodig hadden.
 

KARAKTER

Mijn land is vlak, met hier en daar een puist.
Een brug, een huis, een losse boerderij.
De dijk erlangs houdt het van water vrij.
En kijk, mijn stad, als een gebalde vuist.

Het groene gras tegen het grijs beton.
En los van alles speelt de zilte wind.
Rivieren stromen als een zilver lint
tot ver voorbij de vrije horizon.

Uitzonderlijk en enig in zijn soort
is het karakter van mijn vlakke land.
Verkaveld tot de laatste korrel zand.
Niets dat dit ideale beeld verstoort.

Maar één ding zit me wel een beetje hoog.
Want het klimaat verandert snel en scherp.
En zeg nou zelf, alleen een Friese terp
houd je natuurlijk niet zo heel lang droog…

Marian van Gog
oud-stadsdichter Lelystad